A.G.MAN
& Cie

A.G.MAN & Cie het adres voor al uw werken in BelgiŰ en Luxemburg

Start

WATERDICHTING

Hier  maken we het verschil als volgt :

1. Waterdichting van natuursteen, beton en metselwerk
2. Voor waterdichting van kelders ga naar KELDERDICHTING

ALGEMEEN

Voor het waterdicht maken bestaan er verschillende producten
Zo zijn er

SILICONEN (ongezuiverd product wat een waterdichting waarborgt van +/- 3-5 jaar worden momenteel vervangen door Silaan of Siloxaan.
SILANEN (meestal gevruik voor het waterdicht maken van Natuursteen en goed voor 10 jaar garantie).
SILOXANEN (meestal gebruikt voor het waterdicht maken van beton en baksteen en goed voor meer dan 10 jaar garantie).
AQUATAAN (is een polyurethaan op waterbasis en sluit de cappilaire in de ondergrond).
RUBBERCOATING (zijn meestal verven met een grote reksterkte).
WATERDICHTINGSGEL (meestal duurder dan vloeibare producten maar hier moet men de te beschermen delen niet afplakken).

1. Waterdichting van natuursteen, beton en metselwerk

ALGEMEEN

Het waterdicht maken van oppervlakken gebeurt met een procuct op basis van de hierboven vermelde mogelijkheden.
Het maakt de behandelde oppervlakken waterafstotend.
Het impregneerproduct heeft meestal een zeer hoge alkalibestendigheid, d.w.z. dat de te impregneren ondergrond een pH-waarde van tot 14 mag hebben,  zonder dat hierdoor de werking van de waterdichting vermindert. Het
impregneermiddel reageert chemisch in de bouwstof bij aanwezigheid van luchtvochtigheid tot een waterafstotende, UV-licht en verweringsbestendige werkzame stof. De werkzame stof voorziet de cappilaire en de poriŰn van de behandelde materialen van een waterafstotende film, zonder dat de waterdampdiffusie weerstand nadelig be´nvloed wordt. Reduceert de opname van water en van schadelijke stoffen. De aantasting van micro organismen op minerale bouwstofoppervlakken wordt hierdoor verminderd.

VERWERKING


Ondergrondvoorbehandeling :
De ondergrond moet in optimale conditie verkeren. Schade, zoals bv. scheurvorming, slechte aansluitingen of voegen, opstijgende en hygroscopische vochtigheid moeten vooraf verholpen worden. Men moet er absoluut zeker van zijn, dat water en de daarin opgeloste schadelijke stoffen niet achter de gehydrofobeerde zone komen, daar dit tot vorstschade, afspringen van het oppervlak alsook tot inwendige zoutkristallisatie (kristallisatiedruk) leiden kan.
Voordat er ge´mpregneerd kan worden, moeten de

capillaire en de poriŰn van de te behandelen ondergrond door een geschikte reiniging vrij zijn van algen, mosaangroei, uitbloe´ngen, enz.

Ondergrondgesteldheid :
Voor een optimale impregneerverwerking is de impregneermiddel opname zeer belangrijk. Dit is dan mede afhankelijk van het poriŰnvolume van de bouwstof en het vochtgehalte.
Daarom moet de ondegrond droog zijn. Indien bouwschadelijke zouten (CI-,SO4-NO3-) aanwezig zijn, is een kwantitatieve analyse van deze zouten noodzakelijk. Hoge schadelijke zoutconcentraties leiden tot schade, die door een impregnering niet vermeden worden.

Aangrenzende oppervlakken :
Delen van gevels, die niet met het hydrofoberingsmiddel in aanraking mogen komen, zoals bv. glas, gelakte en nog te lakken delen en planten moeten door middel van polyethyleenfolie bedekt worden. Indien een isolatie uit polystyrol (bv.styropoor) en oplosmiddelgevoelige bouwdelen, zoals bv. bitumen, bitumen dakbanen enz. aanwezig zijn, dient men te impregneren met product op basis van alcohol.

VERWERKINGSTECHNIEK

Vloeibare impregneermiddelen worden door middel van lagedruk vloeien volledig verzadigendopbrengen,
zodat de vloeistoffilm van 30-35 cm breedte over het oppervlak loopt.
Daarbij erop letten, dat de sproeikop horizontaal zonder aanzetten langs de gevel geleid wordt. Nadat de
vloeistof in de gevel is opgenomen wordt de behandeling ÚÚn of meerdere malen herhaalt. De druk en de sproeikop dusdaning op elkaar afstemmen, dat geen verneveling optreedt. Om er zeker van te zijn, dat alles goed
behandeld wordt, dienen afgebakende vlakken zonder ondebreking volledig ge´mpregneerd te worden.
De pas ge´mpregneerde oppervlakken moeten minimaal 5 uur tegen regeninwerking beschermd worden, een
harde wind kan de imprgneerdiepte nadelig be´nvloeden,
omdat het oplosmiddel te snel verdampt. Op ondergronden die weinig poreus zijn dient men de gevel binnen
30 tot 60 minuten met V101 na te wassen.
Hierdoor verwijdert men het overschot aan werkzame stof, dat anders tot glansvorming zou kunnen leiden.
Gel en rubbercoatings worden aangebracht met rol of borstel door middel van bestrijking.

VERWERKINGSTEMPERATUUR

Voorkeur verdient echter een temperatuur tussen de 10 en 25 ˚C. Hogere temperaturen kunnen de
indringingsdiepte ongunstig be´nvloeden. Lagere temperaturen kunnen de
verdamping van het oplosmiddel, welke leidt tot het vormen van de wekzame stof, nadelig be´nvloeden.

MATERIAALVERBRUIK

Het materiaal is afhankelijk van de poreusheid van de ondergrond en de indringdiepte. Het juiste verbruik kan verkregen worden door een proefvlak van ca.1 tot 2 m▓op te zetten. Hieraan kan ook de werking getest worden.

TESTEN VAN DE WERKING

Het functioneren van een impregneermiddel kan op eenvoudige wijze met het testbuisje volgens getest worden. Deze test dient voor de behandeling en 14 dagen na het opbrengen van het impregneermiddel uitgevoerd worden.

Overtuig U van de kwaliteit en van onze uiterst lage kostprijs, contacteer ons vandaag nog

AG